Hole 18

De beste manier om deze hole te spelen is om te zorgen dat de approach naar de green over het water gemaakt moet worden. Ongeacht of je een hoge of lage handicapper bent. Neem je de route over links, dan zul je altijd over de bomen moeten. Daarvoor is flink wat hoogte nodig en een dergelijke slag is altijd vol ricico’s.

Speel dus zoveel mogelijk de drive midden op de fairway. De par- en bogeyspelers die willen scoren doen er goed aan de tweede slag recht te richten en ergens tussen de 150 en 100 meter paaltjes te landen. Van daaruit kan dan meestal met een ijzer, over het water, naar de green worden gespeeld.

Hogere handicappers, die met hun vierde of vijfde slag naar de green gaan, kunnen desgewenst de route over links nemen. Als ze er maar voor zorgen, dat de slag naar de green onder de bomen door gespeeld kan worden, ergens vanuit het punt op de hoogte van de uitloop van de vijver.


Natuur

De Boomklever  

De boomklever dankt zijn naam aan het vermogen bomen zowel omhoog als omlaag te beklimmen, waardoor de vogel als het ware lijkt te kleven aan de stam, zonder te vallen. Boomklevers zijn holenbroeders en staan erom bekend de opening van hun broedholte te verkleinen door te ‘metselen’ met modder. Deze metseldrang is vaak zo sterk, dat ook wanneer het gat al de juiste grootte heeft, er in de omgeving toch nog een metselwerk gemaakt wordt. Boomklevers die in nestkasten broeden maken bijvoorbeeld een versterkt dakoverstek boven de invliegopening.

Hole 18:

  • Moeraseik (Quercus palustris) midden voor de green
  • Zilverlinden (Tilia tomentosa) boven de rododendrons rechts naast de green
  • Bolacacia’s (Robina pseudoacacia Umbraculifera) een aantal langs het terras

Moeraseik (Quercus palustris)

De Moeraseik komt van oorsprong uit Noord-Amerika evenals de Scharlaken Eik. Hij wordt in onze streken vooral als laanboom aangeplant, maar op Crossmoor staat een solo exemplaar pontificaal voor de green van hole 18. Zijn naam dankt hij aan zijn voorkeur voor moerassige plaatsen in zijn oorspronkelijke groeigebied, maar hij gedijt op een grote verscheidenheid aan grondsoorten. Ook de Moeraseik vertoont schitterende herfsttinten. De verkleuring begint bij de uiteinden van de takken en breidt zich vervolgens uit over de rest van de kroon. De boom is te herkennen aan zijn smal, koepelvormig profiel en dichte kroon. Hoogte tot 25 meter. De kwaliteit van het hout is minder dan van onze inlandse eiken vanwege de gevoeligheid voor houtrot. De eikels hebben door het looizuur een bittere smaak en zijn hierdoor oneetbaar.

Linde (Tilia cordata)

De Lindeboom kan goed tegen rigoureus snoeien en gaat zodoende als straatboom vaak zwaar verminkt door het leven. (ze nemen revanche door bladluizen aan te trekken die vervolgens de onder hen geparkeerde auto’s met hun plakkerige uitscheiding bedekken) Wanneer Lindes echter de kans krijgen om tot volle wasdom uit te groeien, kennen ze als laanboom hun meerdere niet zoals blijkt op Berlijnse straat Unter den Linden. Het hout is heel geschikt voor het vervaardigen van muziekinstrumenten, mooie meubels en beelden. Bij de Romeinse keizer Antonius Pius, die vanwege zijn enorme gestalte moeite had om rechtop te lopen bond men lindeplanken aan borst en benen om het mogelijk te maken rechtop door het leven te gaan. In de middeleeuwen werd de boom wel gezien als een verzamelplaats van heksen. Ook was de linde, net als de eik, een boom waaronder recht werd gesproken.