Hole 17

Voldoende lengte en precisie met de richting, dat zijn veruit de belangrijkste elementen die de niet eens zo lange, maar voor veel golfers wel degelijk lastige hole 17 tot een succes of deceptie kunnen maken.

De hole lijkt korter dan hij in werkelijkheid is, maar dat is gezichtsbedrog. Je moet namelijk door de uitholling in het vlak voor de green en de oplopende green zelf, voldoende carry aan je bal geven om op de green te landen.

Altijd een club meer nemen dan je normaal bij deze lengte gewend bent, dus. En altijd, ongeacht de pinpositie, op de achterkant van de green mikken. Absoluut geen fade of draw slaan. Die landen of in een van de bunkers of in het bos. Ietsje links center green is de beste optie.

Is de slag toch te kort, let dan goed op dat je bij de up-hill putt die dan geslagen moet worden, voldoende lengte geeft. De green is behoorlijk steil en je slaat er snel te kort.

“Never up, never in”.


Natuur

De Goudhaan 

De goudhaan is Europa’s kleinste vogeltje. Van snavel tot staartpunt meet hij slechts 8,5 cm! Het is een zangvogeltje dat vooral te vinden is in naaldbossen met lariksen en sparren. Ook al komen er grote aantallen goudhaantjes voor in ons land, ze worden niet snel gezien. Ze leven namelijk vooral in de toppen van naaldbomen. Hun aanwezigheid wordt meestal verraden door hun liedje of roepjes van hoge tonen; ‘zrie-zrie-zrie’. Door de hoge tonen zijn ze helaas minder goed te horen voor oudere mensen waarbij het gehoor wat achteruit is gegaan. Ze leven in groepjes en trekken vaak op met mezen. Goudhaantjes kunnen ontzettend tam zijn en vooral in de trektijd als er duizenden in ons land neerstrijken zijn ze zo met voedsel zoeken bezig dat je ze soms bijna aan kunt raken.

Hole 17:

  • Gelderse Roos (Viburnum opulus) bij Tee heren
  • Goudlariksen (Larix kaempferi) in bosrand halverwege de fairway

Goudlariks (Larix kaempferi)

Deze conifeer, die zijn naalden verliest, groeit snel en kan tot 35 meter hoog worden.

De Goudlariks stond in zijn vaderland Japan bekend als de Geld-den. Men gebruikte hem namelijk als bonsaiboom en sommige exemplaren werden zo fraai van vorm, dat ze zeer kostbaar waren. De Goudlariks werd in de 19e eeuw in Europa ingevoerd. Zijn oranje twijgen zorgen ook in de winter voor een mooie kleur. Omdat hij door zijn snelle groei andere bomen overschaduwd en zijn hout meer smeult dan brandt, wordt hij soms als brandwerende strook tussen andere naaldbomen aangeplant.