Hole 11

Tot op zekere hoogte hoeft deze hole niet bijzonder moeilijk te zijn. De hole is namelijk niet erg lang. Met een goed course-management zijn hier toch wel punten te behalen. Het belangrijkste waar u bij deze hole op moet letten is het oplijnen. De tee ligt vrij ver op rechts aangelegd. Als u die lijn aanhoudt kan het gebeuren dat u denkt dat u goed staat. Dit is bedrog. Het lichaam zal gaan corrigeren, wat voor de meesten zal resulteren in een slice. Gebruik het merkje op de bal om de juiste lijn te bepalen.
De aanpak voor de gebruikelijke slagenindeling:

Van de tee met twee extra slagen.
Eerste slag naar het linker deel van de fairway. De tweede slag ruim voor het water aan de linkerkant en midden fairway. Derde slag richting van de Tungelroyse beek, maar voor de green houden. Met de vierde slag naar de green. Let goed op waar de vlag staat. Voorop of achterop kan een clublengte schelen. Ook met putten maak je het jezelf gemakkelijker als je op het goede plateau ligt.

Van de tee met een extra slag.
320 meter voor de heren is niet lang: namelijk 106 meter per slag. Voor de dames is het nog minder. Met een goed plan is de hole een stuk gemakkelijker.
Eerste slag naar midden of links van de fairway. Met de tweede slag ook midden of linkergedeelte fairway aanhouden. Kies de juiste club om niet in het water te komen. Met de derde slag naar de green, maar houd rekening met de pinpositie.

Van de tee zonder extra slag.
Eerste slag met een midden tot lang ijzer naar het midden of linkerzijde van de fairway. Deze loopt sterk naar rechts af. Als je daar ligt is het een minder gemakkelijk schot naar de green vanwege de lange bomenrij.
Tweede slag niet te scherp naar de vlag spelen als deze links staat. De green loopt af naar het water. Probeer op het goede plateau terecht te komen.

Voor iedereen geldt dat deze hole ook aanvallend te spelen is, de lengte is immers niet het probleem. Houd wel rekening met de gevaren die dat met zich mee kan brengen.


Natuur

De Meerkoet

Waar voldoende water is, daar leven meerkoeten. Er is geen park, kanaal of sloot zonder een paartje meerkoeten, hoewel de aantallen in Laag-Nederland het grootst zijn. Wie meerkoeten een tijdje gadeslaat, zal opmerken dat ze vaak duiken naar voedsel. Door de grote hoeveelheid lucht in hun verenkleed moeten ze echter nogal wat moeite doen om onder water te komen; ze maken dan ook een sprongetje bij het duiken en zetten zich met hun poten flink af. Kort daarop komen ze als een grote dobber weer naar boven. In het broedseizoen zijn de zwarte vogels echte kemphanen. Het territorium wordt onder het slaken van een schelle strijdkreet met snavel en poten verdedigd tegen buurkoeten, waarbij het er fel aan toegaat. Meerkoeten eten vooral waterplanten, maar zeker wanneer er jongen zijn worden ook allerlei waterdieren gevoerd en gegeten, die beter voorzien in de energiebehoefte van dat moment. Van oorsprong zijn meerkoeten echte moerasvogels, met poten die bijzonder geschikt zijn om te lopen op drijvende vegetatie (kraggen) en wortels van riet- en lismoerassen.

Hole 11:

  • 2 Boomhazelaars (Corylus colurna) links aan het einde van de sloot
  • Tulpenboom (Liriodendron tulipifera) links einde sloot
  • 2 jonge Scharlaken eiken (Quercus coccinea) rechts voorbij het bosje langs de Tungelroyse Beek

 Scharlaken Eik (Quercus coccinea)

De Scharlaken Eik wordt bij ons aangeplant vanwege zijn fraaie herfstkleuren. Het is een Noord-Amerikaanse soort die rond 1700 door een missionaris naar de Londense bisschop en bomenverzamelaar Henry Compton werd gestuurd.  Het is een snelgroeiende boom die tot 25 meter hoog wordt. In de herfst krijgen de bladeren een heldere rode kleur, scharlaken rood, te beginnen bij een paar takken en zich geleidelijk over de hele boom uitbreidend. Dit in tegenstelling tot andere bomen die meestal vrij plotseling in zijn geheel verkleuren. Het hout is zwaar, hard en sterk, maar verrot vrij snel en kan dus niet buiten worden gebruikt. In Schotland importeert men het om er whisky-vaten van te maken.