Terug

Crossmoor 25 jaar

Vijfentwintig jaar is voor een golfclub natuurlijk niet zo lang. Tenminste wanneer je dat vergelijkt met clubs als de Koninklijke Haagsche, de Kennemer en helemaal met St. Andrews, met hun veel langere en bewogen historie. Maar voor wie denkt dat 25 jaar kort is, willen we hier graag iets uit de doeken doen over wat er in die 25 jaar, dat onze club nu bestaat, op Crossmoor en in de golfsport allemaal is gebeurd. Want dat is meer dan menigeen denkt.

Wanneer je kijkt naar de registratienummers van de Nederlandse golfclubs, met de Haagsche trots op 1, dan is 25 jaar aan de jonge kant. Kijk je echter naar de ontwikkeling van de laatste jaren, met een enorme groei naar inmiddels meer dan 170 banen, dan mag je Crossmoor, ingeschreven als NGF lid nummer 40, in de tijd van de eerste flinke groeistuip van het Nederlandse golf, minstens een gearriveerde en historische club noemen.

Toch heeft de ontwikkeling van elitesport naar een veel populairdere status, ook op Crossmoor de nodige veranderingen te zien gegeven. Los van het feit dat ten tijde van de oprichting in 1986 het zwaar elitaire er ook toen al wel van af was. Tussen de tijd dat Piet Bos in het toenmalige café ’t Swaentje in de Weerter binnenstad van menig Weertenaar te horen kreeg: “Meintj mêr neet det ich ooets gaon golfe” en nu, nu Weerts het redelijk bovenliggende dialect op onze baan is, is er heel wat gebeurd en veranderd.Plaag van menig Golfer

De leden van het eerste uur kwamen uit diverse kanten van de zuidelijke regio’s en hadden vaak met elkaar gemeen dat ze al langer golfden. Zo was er een sterke Brabantse vertegenwoordiging uit het Helmondse en Valkenswaardse gebied, terwijl ook de nodige fiscale asielzoekers uit het Belgische grensgebied rond Hamont en Achel, goed vertegenwoordigd waren. Daarbij echte Belgen en niet te vergeten de nodige Duitse golfers, die een rit naar Weert er graag voor over hadden om hun favoriete sport te bedrijven. Met z’n allen zorgden zij er voor dat Crossmoor een welhaast kosmopolitisch karakter had, met veel golfspirit.

“Op die manier”, vertelde Piet Bos in Crossmoormagazine van augustus 2005, “voedden zij ons min of meer op in de golfgebruiken en –etiquette, die”, zo legde hij uit, “toen veel meer wellevendheid en goede omgangsvormen te zien gaven dan tegenwoordig.” Inmiddels zijn we alweer ruim vijf jaar verder.

Golfvaardigheid binnen een week
Nu de golfsport, op initiatief van met name de NGF, met de komst van het golfmiddenstandsdiploma GVB, tegenwoordig al bereikbaar via cursussen van één week of zelfs minder, en de enorme groei van het aantal banen, haar poorten wijd heeft opengezet, zie je een grote schakering aan golfers die, vaak vanuit persoonlijke wensen en achtergronden, een heel diverse invulling aan golf geven. Naast de klassieke  golfer van toen, zie je nu ook de zakelijke golfer, de recreatieve golfer, de prestatiegerichte golfer en natuurlijk de calculerende golfer. De zogenaamde “vrije golfer’, die niet langer meer is aangesloten bij een vereniging en op meerdere banen zijn rondjes loopt wanneer het hem uitkomt.

Vanzelfsprekend is er hierdoor veel veranderd. Opkomend consumentengedrag, “Ik betaal, dus mag wat eisen.” dat Piet toen al in hetzelfde interview de kop zag opsteken, is er duidelijk door toegenomen, met vaak slordig gedrag rond baanzorg als een van de gevolgen.

Ook steeds vaker zie je golfers die niet verder (willen) komen dan GVB niveau en zich tevreden stellen met een regelmatig rondje met vaste speelgenoten, wel of niet met een gezellige nazit in ons clubgebouw. Een ontmoetingsplek die in die jaren ook het nodige heeft meegemaakt en nu gelukkig weer een gezellig en kwalitatief hoogstaand karakter heeft, waar golfers overheersen. In november 2007, toen ons clubblad sprak met de gebroeders Jan en Piet Bos, kwam hun zorg over de ontwikkeling van het spelpeil aan de orde. Jan legde toen uit dat hij het erg belangrijk vindt dat je probeert je spelpeil op een hoger niveau te brengen. “Beter golf bezorgt je veel meer golfplezier.”  verzekerde hij ons toen al. GVB aanbiedingenKort en goed betekent het veel gemakkelijker toegang krijgen tot het spelen op de “grote baan” een erg belangrijk omslagpunt in het hedendaagse golf ten opzichte van de beginjaren.

Explosief gestegen is het aantal qualifying kaarten dat over slechts negen holes gelopen wordt. Ook al weer een handreiking van de NGF naar de golfers om het allemaal gemakkelijker te maken. Dit jaar al tweederde van het totale aantal. Niet iedereen is er van overtuigd dat je die ontwikkeling positief kunt noemen. Vaak hoor je, dat de toentertijd vaak gehate lange gang via de Par 3 naar de “grote baan”, achteraf zo slecht nog niet was. Je leerde op die manier over het algemeen wel beter te golfen, is de overtuiging van vele golfers, die nu nog wel eens hun wenkbrauwen fronsen over het grote tempoverschil tussen al die verschillende golfers.

Zonde in dat verband dat de Par 3 op onze baan lang niet meer de kwaliteit bezit van vroeger. Jammer ook, omdat een mooie Par 3 zoals we die kenden, niet alleen erg aantrekkelijk is voor nieuwe leden, maar ook voor oudere leden, die graag hun sociale contacten en het clubleven in stand willen houden, ook wanneer het spelen van 18 holes op de grote baan iets te veel van het goede wordt. Het zou ons niet verbazen wanneer de baaneigenaren hier broeden op interessante plannen die tegemoet komen aan onze wensen.

Ruim wedstrijdprogramma
Ondanks die veranderingen heeft de vereniging Crossmoor steeds vastgehouden aan een erg ruim wedstrijdaanbod, zowel door de week, als in de weekends. Inmiddels hoor je nog wel eens geluiden van minder prestatiegerichte spelers en leden die nog volop werken aan carrière of bedrijf, dat zij met name in de weekends wel wat meer speelruimte zouden willen hebben voor hun meer op recreatie gerichte rondje. Door het volle wedstrijdprogramma moeten ze dan vaak  wel erg vroeg of juist erg laat beginnen. Gelet op de verschuiving van prestatie- naar recreatiegolf zal hier in de toekomst ongetwijfeld naar een goed evenwicht gezocht moeten worden, zeker wanneer de trend van het afgelopen jaar, met minder wedstrijddeelname, doorzet.

Steeds meer banen
Het verzorgingsgebied waaruit nieuwe leden komen, dat in de beginjaren voor Crossmoor vrij groot was zoals we hiervoor hebben gezien, is inmiddels steeds kleiner geworden en omvat bijna alleen nog maar het Weerter land, waar inmiddels Hunsel, Leende en Asten ook hun wervend werk doen met respectievelijk een nieuwe negen holes baan (Hunsel), een zojuist naar achttien holes uitgebreide baan (Haviksoord) en een uitbreiding naar achttien holes in uitvoering (Asten/Heusden). Gelukkig maar dat Crossmoor een van de mooiere banen is in Nederland, met een duidelijke op golfarchitectonisch inzicht gebaseerde karakterstructuur, met bos, park en waterelementen, die in de loop van de jaren, door met name de veelvoud aan bijzondere bomen, aan schoonheid heeft gewonnen.

Maar door die flinke groei op verschillende plaatsen van diezelfde bomen, is de baan er beslist  niet eenvoudiger op geworden. Het lijkt er op dat, in weerwil van het feit dat steeds minder golfers werk maken van spelverbetering, de baan door haar natuurlijke verandering, steeds meer om een gedegen golftechniek en een flinke mate van course management zal vragen om goede scores neer te zetten.

Aantrekkelijk landschappelijk karakter
Landschappelijk karakterAan het landschappelijk karakter van de baan besteedden wij in dit magazine ruim aandacht in het juninummer van 2006. We lieten Gerard Schreurs aan het woord die uitlegde dat je, wanneer je oplettend door de baan loopt, heel goed de drie kenmerkende elementen van het karakter van onze baan kunt vaststellen. Allereerst bosbouw en stuifzand, vooral bij de holes 15, 17 en 3. Dan de kenmerken die wijzen op landbouwbewerking. Je vindt ze heel duidelijk in het Kruispeel (Crossmoor)  gedeelte. Je bent dan rond de green van 7, bij hole 8 en vooral hole 9. In de buurt dus van de vroegere Sint Janshoeve, waar Trix Jacobs, daar geboren en groot gegroeid, net als nu vrolijk rondzwierf, maar toen zonder golfstokken.  De holes 11, 12 en een deel van 13, dichter bij de Tungelroyse Beek, die in tegenstelling tot wat velen denken nooit gekronkeld heeft – dat is iets nieuws van een paar jaar geleden –  bevind je je dan in het zogenoemde beekdal. Dat alles maakt Crossmoor tot een gevarieerde golfbaan, in een rustig stiltegebied, die zelfs bij intensieve bespeling niet gaat vervelen. Je ziet dan ook dat Crossmoorleden vaak al heel lang lid zijn en dat ook graag willen blijven.

Vijf presidenten in 25 jaar
Bestuurlijk is Crossmoor altijd in redelijk rustig vaarwater gebleven. Met een korte uitzondering in de negentiger jaren, toen het doorgaans verborgen proces van Presidentsopvolging wreed verstoord leek door een heuse campagne voor een, op forse verandering gebaseerde, kandidatuur van een van de toen rijkelijk ruim toegestroomde nieuwe leden. vijf presidentenIn 25 jaar hebben we vijf presidenten aan het roer gehad, Fer Lalisang, die de opstartfase voor zijn rekening nam, Harrie Vullinghs, de man die sfeer en vriendschap hoog in het vaandel had, Pieter Baetsen, die in een korte roerige fase weer rust wist te brengen, onder het motto “Klaar is Kees”, Paul Swinkels, de actieve en immer strijdlustige golfer, die een fraai convenant wist af te sluiten dat de belangen van leden en eigenaar prima combineerde en nu de bijna afzwaaiende Mart Kupers, nog in functie, dus laten we hem nog even onwetend over wat de geschiedenis over hem gaat zeggen. Allen, met uitzondering van Pieter, die in die hiervoor genoemde roerige periode voor een korte periode de voorzittershamer hanteerde, hebben hun volledige termijn de vereniging gediend.

Weinig toppers
Crossmoor heeft goede golfers voortgebracht, echter echte toppers die de nationale of zelf internationale top wisten te bereiken, waren, als ze er al waren,  uiterst dun gezaaid. Willem Swinkels op weg naar het clubhuis via hole 16Willem Swinkels wist heel ver te komen – hij speelde zelfs op grond van een goed gespeelde reeks jeugdtoernooien met Robert Jan Derksen in Amerika – maar zag uiteindelijk af van een echte carrière omdat hij andere dingen interessanter vond.

Op dit moment kijken we allemaal belangstellend uit naar de verrichtingen van Charlotte Puts, die duidelijk op weg lijkt naar een fraaie golfcarrière en nu al eerste dame speelt in het in de hoofdklasse uitkomende Eindhovensche damesteam.Charlotte Puts op weg naar de top? Hoe kort lijkt de tijd nog maar achter ons, dat meerdere leden het maar lastig vonden dat  “dat kleine grut” ook op de baan liep en er speciale aangescherpte regels werden opgesteld om ze mee te laten doen aan onze clubwedstrijden?

Van balpen naar digitaal
Een hele belangrijke verandering is natuurlijk de komst van internet. Wie herinnert zich niet de tijd  dat we onze deelname aan wedstrijden moesten melden via een ritje naar het clubhuis, alwaar we op een formulier onze inschrijving met balpen of potlood moesten aanmelden. Ook de starttijd moesten we op die manier te weten zien te komen. Wanneer we dat vergelijken met de soepele wijze waarop al die dingen nu via de digitale weg werken, stemt je dat wel zeer tevreden over de wijze waarop achterliggende besturen en commissies deze ommezwaai vlot en soepel hebben laten verlopen.

Nieuwsgierig als we zijn, zouden we graag met behulp van het langzamerhand uitgebreide feitenmateriaal dat via de wedstrijdresultaten beschikbaar is, wel eens een aantal grondige analyses willen zien over onze wedstrijdprestaties – bijvoorbeeld: – scores per hole en kloppen die resultaten met de stroke index, maar ook: wie en hoe vaak?, wie niet etc.? en zo zijn er nog wel  een paar zaken die interessant inzicht zouden kunnen verschaffen. Door het grote succes dat ook de website inmiddels heeft gekregen is het de vraag of we in de toekomst nog lang kunnen genieten van een zo belangrijk orgaan als het voor u liggend clubblad. Immers bij een adequate invulling van de eigen website kan de communicatie met de leden en andere belanghebbenden zeer doeltreffend en sneller verlopen, met aanzienlijk minder inspanningen. En die twee elementen zouden wel eens doorslaggevend kunnen zijn bij die ontwikkeling.

Kwaliteitssprong
Het lijkt er sterk op dat onze baaneigenaren aan het inzetten zijn op nog verdere kwaliteitsverbetering. Na de slechte ervaringen met de horeca aanpak door pachters, lijkt het besluit om dat in eigen hand te nemen, een geheel nieuw elan met zich mee te brengen, die zijn uitwerking op tal van meer terreinen zal gaan laten voelen dan alleen het clubhuis. Deze kwaliteitsslag zal zeker in een markt met toenemende concurrentie en consumenten die steeds hogere eisen stellen, haar uitwerking niet  missen. Gelukkig maar dat de eigenaren van onze baan met zo veel liefde omgaan met ons mooie “speelveld”.

Dat is de rode draad die je steeds weer ziet gedurende de afgelopen vijfentwintig jaar. En het heeft er alle schijn van dat we die draad nog erg lang zullen blijven zien. Soms is het goed dat dingen niet te veel veranderen.

auteur: Jan de Vries